‘Iedereen wenst je altijd maar sterkte, maar mag ik ook eens zwak zijn?’ Die retorische vraag stelde Jacques d’Ancona mij ooit toen hij mij opbelde om te praten over een bepaald onderwerp waarover ik schreef. Zijn vraag kwam voort uit een periode waarin hij afscheid had moeten nemen van zijn toenmalige partner. Na diens overlijden wenste iedereen Jacques sterkte met zijn verlies. Heel veel sterkte. En dat was precies waar hij niet op zat te wachten.
Wat de grote, kleine man van het Oudnieuwsblad van het Noorden toen niet kon bevroeden, was dat diezelfde vraag mij niet meer losliet. Die ene, op het oog eenvoudige doch ontzettend diepzinnige vraag, sloeg namelijk de spreekwoordelijke spijker, mijn spijker, exact op zijn kop. Dat had allemaal te maken met het verlies van mijn eerste echtgenote, die op slechts 33-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van kanker en mij en onze vier kinderen in de leeftijd van respectievelijk 2, 4, 8 en 11 jaar achterliet.
Ook mij werd van alle kanten sterkte toegewenst. En hoewel je zulke steunbetuigingen uiteraard moet waarderen, kwamen ze ook mij na verloop van tijd de strot uit. Het altijd maar sterk moeten zijn, was er namelijk de oorzaak van dat er gedurende vele jaren voor rouw geen tijd of ruimte was. En dat allemaal ook nog eens in een tijd dat rouwverwerking niet bepaald hoog op de agenda stond bij welke instantie dan ook.
Ik had maar één doel voor ogen: zorgen dat mijn kinderen een zo goed en aangenaam mogelijk leven zouden krijgen, ook al was het verlies van hun moeder nooit te compenseren. Ik cijferde mezelf helemaal weg, daarbij allerlei complimenten in ontvangst nemend dat ik het toch allemaal weer zo goed op de rit had. Ik mocht trots zijn op mezelf, en op de kinderen. Ja, ik was echt een ‘sterke’ vent.
De prijs van mijn ‘sterkte’ is echter hoog geweest. Het kostte mij meer dan me lief is. Het niet benoemen destijds van de zwaktes, die je elke dag weer verbande omdat zwakte tonen je gevoelsmatig alleen maar nóg meer kwetsbaarheid opleverde, maakte door de jaren heen dat we allemaal leefden in een parallelle wereld waarin onderlinge communicatie een steeds heikeler punt werd en niemand van ons nog daadwerkelijk zichzelf was. We werden als het ware vreemden voor elkaar, en misschien wel voor onszelf. En spijtig genoeg is dat nooit meer veranderd.
Toen het bericht kwam dat Jacques was overleden, moest ik wederom aan die vraag denken. En ja, wéér hield het retorische vraagstuk mij bezig. Wat in ieder geval vaststaat, is dat de grote, kleine man van het Oudnieuwsblad van het Noorden mij iets enorm duidelijk heeft gemaakt; iets wat mij dan ook tot de volgende uitspraak heeft verleid:
De sterkste in het leven is hij die zijn eigen zwakte durft te laten zien.
Volgens mij kunnen heel veel mensen op deze aarde daar nog iets van leren!