’t Is nog maar zes jaar geleden dat ik, gedwongen door een rotziekte, moest stoppen met de studie Rechten. Een zogenaamd ‘chemobrein’ maakte dat mijn geheugen mij volkomen in de steek liet. En da’s niet echt handig als je beslagen ten ijs wil komen bij de tentamens.
Dankbaar als ik ben dat ik nog altijd leef, moet ik echter bekennen dat het afscheid nemen destijds van die studie mij tot op de dag van vandaag zwaar valt. De alternatieven die ik ter compensatie in de jaren daarna voor mezelf aandroeg – de Zweedse taal onder de knie krijgen en gitaar leren spelen – ten spijt.
Overvallen door een ernstige mate van tijdelijke melancholie, vroeg ik mezelf afgelopen weekend ineens hardop af waaróm die studie mij nog altijd boeit, wetende dat een nieuwe start er niet meer in zit. Het lukte mij echter maar niet om een passend antwoord te vinden op die vraag.
Een lawine van potentiële antwoorden, gleed door mijn hoofd. Wat ik ook bedacht, elk antwoord leek op voorhand ongeschikt. Slechts één overpeinzing bleef voor even hangen:
Kwam de niet-aflatende fascinatie voor die studie destijds misschien door die ene docente? Die docente Recht, bij wie ik tot op de dag van vandaag categorisch weiger om haar als zodanig te beschouwen, omdat zij voor mij de absolute belichaming was van die alleraardigste juf waarnaar ik zo ontzettend smachtte in de tijd dat ik als kind bij die vermaledijde nonnen op school zat? Zo’n juf, waarbij je fantasie volkomen op hol slaat zodra ze weer een spannend verhaal voorleest uit de boekenreeks Pinkeltje van Dick Laan.
Het had zeer zeker gekund. Sterker nog, stiekem hoopte ik er tijdens de colleges op, gezien mijn door die nonnen opgedrongen jeugdtrauma. Dat die juf mij de rest van mijn leven ongevraagd zou blijven achtervolgen met haar niet aflatende vingerwijzing om bij elke daad – in welke vorm dan ook – een rechtsgrond te noemen, nam ik daarbij voor lief. Dus ja, zij zou zeer beslist het antwoord kunnen zijn op de aan mezelf gestelde vraag.
Maar helaas, de subjectiviteit die ik jegens haar met mij meedraag sinds onze eerste klassikale ontmoeting, wierp zich op als spelbreker: een juf die bij mij de herinnering aan die door mij vervloekte, sadistische nonnen laat vervagen, kán en mág geen reden zijn om een studie boeiend te vinden, hield ik mezelf streng en tegelijkertijd zwaar teleurgesteld voor. Hoe aardig ze ook was en hoe mooi ze misschien ook kon voorlezen.
Het vinden van het antwoord werd een probleem voor me. Maar zoals bij ieder probleem het geval is, kwam er ook nu een oplossing. Daar moet wel bij gezegd worden, dat die oplossing een enorme klap in het gezicht was voor iemand zoals ik, die gezegend is met een bijna overdreven rechtvaardigheidsgevoel en als gevolg daarvan al jaren zeer dankbaar een vriendenloos bestaan leidt.
De oplossing kwam in de vorm van een bericht in de media. Het maakte melding van een automobilist die een lullige taakstraf kreeg nadat hij met zijn auto een paar onschuldige mensen van het leven had beroofd.
Het was dat bericht dat mij er nog eens haarfijn aan herinnerde dat ik ooit de studie Rechten ben gaan doen omdat ik de rechtspraak zo graag wilde begrijpen, en daarmee die soms onnavolgbare rechters en de in mijn ogen vaak gewetenloze advocaten. Kortom, nu weet ik weer waarom die opleiding mij nog altijd boeit. Dáárom!