Bij het lezen van de krant vanochtend, viel mijn oog op een artikel met de kop ‘Hulphond Indy terecht geweigerd’. Wat bleek, een hotel in Callantsoog had een echtpaar uit Friesland de toegang geweigerd. Het stel had namelijk een hond bij zich. Een hulphond welteverstaan. Dit vanwege de visuele beperking van de mannelijke helft van het paar.
De (inmiddels, godzijdank, voormalige) hoteliers waren onverbiddelijk. Op de website stond tenslotte duidelijk vermeld dat huisdieren niet waren toegestaan. Nu moet je volgens mij een enorm gebrek aan hersencellen hebben om niet te kunnen verzinnen dat een huisdier toch echt een andere status heeft dan een hulphond, maar dat terzijde. De hoteliers – idioot genoeg ook nog gesteund door een rechter – bleven bij hun weigering, hetgeen mijn stelling nog maar weer eens ondersteunde dat het iemand niet iets heel naars toewensen toch echt heel moeilijk is.
Ik merkte dan ook dat het bericht mij pissig maakte. Ik heb nu eenmaal wat met hulphonden. Ze zijn zó ontzettend belangrijk voor heel veel mensen. Juist daarom hebben mijn vrouw en ik een aantal jaren geleden besloten om onze nalatenschap in z’n geheel te doneren aan Hulphond Nederland (HN).
Zelf hebben we trouwens ook een soort van hulphond. Al twaalf jaar. En hoewel die knuffelkont van heel eenvoudige komaf is – ook al mag hij zich een Markiesje noemen – en nooit enige training heeft gevolgd zoals die bij HN, durf ik gerust te stellen dat het ook echt een hulphond is. In ál zijn facetten. Hulp is namelijk enorm geboden bij dat beest.
Ligt bijvoorbeeld zijn tennisbal onder de kast, dan moet ik ‘m pakken, want daar is ie zelf niet toe in staat. Wil hij eten, dan moet ik hem dat geven omdat het zelf openen van het voorraadblik voor hem klaarblijkelijk een onmogelijke opgave is.
Wil hij vervolgens ook nog even zijn behoefte doen, dan moet ik mee om hem uit te laten, want uit zichzelf kan en komt hij de deur niet uit. Als klap op de vuurpijl is er onlangs staar geconstateerd, dus moet ik ook nog als een soort van blindegeleidemens gaan fungeren. Kortom, mijn hond is gewoon een wandelende hulpvraag op vier poten. En ik zijn mantelzorger.
Wat in ieder geval overeenkomt met onze hond en die van HN, is dat ze onmisbaar zijn. Voor ons met name omdat ie ons zoveel liefde, trouw en geluk schenkt. Daar kan geen mens aan tippen! Voor mensen met geestelijke dan wel fysieke beperkingen komt daar nog heel veel meer bij kijken.
Het zou dan ook een goed plan zijn als die voormalige hoteliers eens een open dag zouden bezoeken van HN. Dan zien ze tenminste hoe belangrijk zo’n hond is. Beter nog: misschien dat ze dan ook eens inzien dat een goede gezondheid niet iets vanzelfsprekends is. En geloof me, daar hoef je echt niet visueel beperkt voor te zijn of een hulphond voor te hebben. Gewoon je hersenen gebruiken zoals het hoort, is meestal al genoeg om de ogen te openen.
Dat geldt trouwens ook voor rechters!