
Onlangs stond in het Algemeen Dagblad de volgende krantenkop:
‘Emma Heesters laat vrouwen noodzaak zien van vroegtijdig onderzoek baarmoederhalskanker’
Ik had geen flauw idee wie in godsnaam Emma Heesters is, maar ik sloeg onmiddellijk aan op de tekst. Hij deed mij namelijk herinneren aan het moment waarop bij mijn eerste echtgenote Nel (zie foto) véél te laat baarmoederhalskanker werd geconstateerd. Maanden werd ze aan het medische lijntje gehouden voordat er eindelijk via een uitstrijkje duidelijkheid kwam omtrent de lichamelijke klachten die ze had overgehouden na de bevalling van ons jongste kind.
Op onze vraag waarom er niet eerder zo’n onderzoek was gedaan, kregen we als antwoord: ‘Op zo’n jonge leeftijd doen we dat niet, omdat slechts vijf procent van de vrouwen in die leeftijdscategorie het krijgt.’ Het was allemaal dus kennelijk de moeite niet waard. De gevolgen waren dankzij dat percentage destijds verschrikkelijk. Na een jaar vol chemo, bestralingen en operaties stierf ze op 33-jarige leeftijd. Een hard gelag.
Gelukkig gaf het bericht van Heesters mij ook een gevoel van blijheid. Het maakte duidelijk dat er anno 2025 wél heel erg benadrukt wordt hoe belangrijk het is om vroegtijdig aandacht te schenken aan die smerige ziekte door middel van onderzoek waardoor er alsnog heel wat jonge levens gered kunnen worden. En godzijdank pakt de medische wereld dat nu ook heel anders aan dan 35 jaar geleden. Dat geeft hoop.
Wat ik alleen nog steeds niet begrijp en ook wel nooit zal begrijpen, is dat er nog altijd vrouwen rondlopen die het niet zien zitten om hun dochter te laten inenten tegen het virus dat deze verschrikkelijke ziekte veroorzaakt. Kennelijk gedreven door geestelijk compleet van het padje geraakte woke-idioten (ik weet het, een pleonasme), menen ze wel te weten wat beter is voor hun kind.
Het zou goed zijn als dát soort vrouwen eens op bezoek zou gaan bij iemand wier jonge leven door die rotziekte op een heel smerige manier wordt verwoest; bij iemand ook wier lichaam op het einde uit niet veel meer bestaat dan een paar botten met een velletje erom; bij iemand ook die uiteindelijk elke morgen opnieuw teleurgesteld is dat ze weer wakker geworden is; bij iemand ook die haar tot dan ergste vijand – de dood – uiteindelijk omarmt als haar grootste vriend.
Wellicht dat die woke-mutsen na zo’n bezoek weer terugkomen op aarde en beseffen waar ze in godsnaam mee bezig zijn. Vooralsnog houd ik mijn hart vast …voor hun dochters.